In de media
Titel
Datum
Publicatie
Onderwerp
Genre
‘Ik wil het leven van mensen leuker maken’
28/4/2007
Elsevier Thema
H+F mecenaat
interview
Interview met Han Nefkens, kunstverzamelaar en mecenas

Tekst: Liesbeth Wytzes

Foto: amke

Han Nefkens (53) is een telg uit een vermogend ondernemers­geslacht. Voor het geld heeft hij nooit hoeven werken, al heeft hij dat vroeger wel gedaan. Nefkens ging zijn eigen weg: hij is dankzij zijn vermogen een mecenas geworden. Hij koopt kunst in samenspraak met een aantal Nederlandse musea, organiseert tentoonstellingen, geeft opdrachten aan kunstenaars. ‘Echte luxe is doen wat je wilt, wanneer je wilt.’ Voor Nefkens is geld een middel om te doen wat hij belangrijk vindt. ‘Mijn vermogen zie ik als een verrijking, niet als last. Geld werkt als een vergrootglas, als je niet weet wat je wilt, is het moeilijk. Als je het wél weet, geeft geld je de mogelijkheid het ook te doen.’

En Han Nefkens weet precies wat hij wil, al heeft dat wel enige tijd geduurd. ‘Ja, ik heb een lange aanloop gehad. Dat heeft toch te maken met het feit dat je allemaal dingen doet omdat ze nou eenmaal moeten. Je maakt keuzes, maar je weet pas later of die goed zijn geweest.’

Volgens een onderzoek van creditcardmaatschappij American Express zijn welgestelde consumenten tegenwoordig vooral op zoek naar ‘unieke ervaringen’. Ze zijn daarmee het materiële ontstegen: de zoveelste Gucci-tas, weer op safari – daar wordt de echte rijke niet meer blij van. Die wil iets bijzonders, iets unieks. Han Nefkens is hier een mooi voorbeeld van: hij houdt ook helemaal niet zo van het materiële. ‘Bezit geeft alleen maar extra zorgen.’ Nefkens is dan wel opgegroeid in welstand, zijn ouderlijk milieu was beslist niet showy. Nu heeft hij iets heel bijzonders gedaan met zijn vermogen. ‘Ik wil het leven van mensen leuker maken.’

Han Nefkens werd geboren in Rotterdam. Zijn moeder stierf toen hij jong was, zijn vader, een architect en later ook projectontwikkelaar, hertrouwde. Het gezin telde zeven kinderen en woonde in een mooie villawijk. ‘Er was geld. Maar dat je rijk bent, merk je als kind toch vooral aan de reacties van anderen.’

Hij omschrijft zichzelf als ‘een beetje anders. Ik heb mijn jeugd wel als eenzaam ervaren.’ Dat kwam niet alleen door het geld. Ook Nefkens’ fysieke handicap – hij is met een defect geboren: hij mist zijn rechterhand en zijn linkerhand is misvormd – maakte dat hij anders was dan anderen. ‘En mijn homoseksuele geaardheid, waarvan ik me al jong bewust was, zal daar zeker ook mee te maken hebben gehad.’

Zijn ouders hadden smaak en veel belangstelling voor kunst. In de jaren zestig was hun interieur niet bepaald doorsnee: hypermoderne Eames-stoelen afgewisseld met precolombiaanse kunst en antiek Spaans meubilair.

Op zijn twintigste verliet Nefkens Nederland. Hij ging naar het zuiden, op zoek naar zon en licht, maar misschien ook wel om zijn eigen weg te kunnen gaan. Nefkens werd journalist, ging naar Frankrijk, naar de Verenigde Staten, kwam in Mexico terecht en werd daar freelance radioverslaggever. Daar bleef hij, want hij kwam er zijn grote liefde Felipe tegen. In 1987 kreeg Nefkens te horen dat hij seropositief was. Op zoek naar genezing en goede medicatie vertrok hij naar de Verenigde Staten, en daarna naar Europa. Tegenwoordig woont hij in Londen. Verder brengt hij veel tijd door in Barcelona en in Thailand.

Het bericht van de seropositiviteit – in die dagen een doodvonnis – was een enorme schok. ‘Ik dacht: nu moet ik gaan doen wat ik graag wil doen. Het betekende het einde van alle toekomstplannen. Ik ben begonnen om van het moment te genieten, en het zijn vele jaren van laatste momenten geworden. Toen zo’n tien jaar geleden de combinatiecocktail beschikbaar kwam, verschoof m’n horizon opnieuw: nu durf ik weer wat meer op de middellange termijn te denken.’

Nefkens begon te schrijven, maar dat lukte pas na de dood van zijn broer, die ook seropositief was. Zijn licht autobiografische debuut Bloedverwanten kwam uit in 1995, later verscheen Twee lege stoelen. Hij werkt nu aan een derde boek.

Hij ontvangt jaarlijks een toelage uit het familiekapitaal. Alles wat hij overhield, belegde hij. ‘Zo hoort dat.’ Op 4 oktober 1999 liep hij met een vriend door New York. ‘Die zei toen: waarom koop je geen kunst? Dat gaf me een enorm inzicht. Ik wilde delen met anderen, een verzameling beginnen die ook voor andere mensen interessant was. Maar hoe doe je zoiets?’

Nu was Nefkens wel geïnteresseerd in kunst, maar het was iets nieuws om zich daarmee fulltime bezig te houden. Hij kocht het eerste jaar niets, maar verdiepte zich wel in moderne kunst, bezocht galeries, las veel en legde zichzelf een streng criterium op. ‘Ik kocht iets in gedachten en vroeg me dan na een jaar af of ik het nog steeds mooi vond. Mijn eerste aankoop was een video van Pipilotti Rist, die nu in het Utrechtse Centraal Museum is te zien.’

Nefkens wilde niet alleen kunst kopen, het was een heel belangrijk onderdeel van zijn plannen om die kunst ook te tonen. Daarom maakte hij afspraken met de toenmalige directeur van het Centraal Museum, Sjarel Ex. ‘Ik koop werken die me aanstaan en het museum krijgt ze in bruikleen. Vergelijkbare afspraken heb ik later gemaakt met Huis Marseille, Museum De Pont en Boijmans Van Beuningen. Ik koop iets en zeg dan: dit lijkt me geschikt voor dit of dat museum.’

In 2001 werd Nefkens zeer ernstig ziek. ‘Daarna besloot ik helemaal om alle ballast overboord te zetten. Ik dacht: het is nu of nooit. Die ziekte is in zekere zin een bevrijding voor me geweest, want ik doe nu precies wat ik altijd heb willen doen.’

Nefkens beseft dat hij een uitzonderlijke positie heeft. ‘Ik kom uit een ondernemersgezin en ik ga een vreemde weg. Dat dat kan, is ruimhartig en liefdevol van mijn vader, die nu 88 is en nog steeds werkt. Hij heeft me altijd de mogelijkheid gegeven om te doen wat ik wilde.’

De laatste anderhalf jaar is Han Nefkens zich in toenemende mate gaan toeleggen op het geven van opdrachten en het organiseren van tentoonstellingen. Dat is eigenlijk het ware mecenaat. ‘Losse’ kunstwerken koopt hij bijna niet meer, naar galeries gaat hij wel, maar meer om te kijken dan om te kopen. ‘Alles moet passen in een van de projecten waarmee ik bezig ben. Ik koop voor mezelf ook anders dan voor musea. Thuis ben je aan fysieke beperkingen gebonden, moet je rekening houden met kleur en beschikbare ruimte. Ik koop voor mezelf bijvoorbeeld geen enorme installatie.’

Volgens Nefkens is er voor particulieren wel degelijk een rol weggelegd bij musea en andere kunstcentra, zeker nu de overheid zich steeds meer terugtrekt. Maar hij werkt alleen met museumdirecteuren met wie hij op voet van gelijkwaardigheid kan verkeren. ‘Ik heb geld en ideeën, zij hebben kennis, ideeën, infrastructuur, een netwerk. Natuurlijk gaat het ook om de synergie tussen mij en de directeur, maar mijn loyaliteit ligt in de eerste plaats bij het museum, bij de kunstenaar en bij de mensen die komen kijken.’

In een van zijn catalogi zegt Nefkens dat hij bij sommige kunstwerken nog steeds ‘op en neer kan springen van plezier’. Hij heeft zich toegelegd op hedendaagse kunst. Na werk van Pipilotti Rist volgden aankopen van een andere videokunstenaar, Bill Viola, en van de schilder Bernard Frize.

Maar Nefkens koopt ook werk van kledingontwerpers als Viktor & Rolf en Hussein Chalayan. Dat ontstond eigenlijk bij toeval. ‘In 2004 kocht ik tijdens een aidsconferentie in Bangkok een paar avondjurken gemaakt van condooms, van de Braziliaanse ontwerpster Adriana Bertini, en ik kocht zeven poppen om die jurken op te showen. Toen wilde ik die poppen vaker aankleden. Ja, als je ze toch hebt... Vandaar de kleding. Maar ik zie ontwerpers als Chalayan en Viktor & Rolf als conceptuele kunstenaars. Ze maken stukken die gewoon kunst zijn, zoals de tafel van Chalayan die eigenlijk een rok is. Dat is echt een museumstuk. De ontwerpers maken schetsen, laten die aan mij zien en dan committeer ik me. Wat er later uitkomt, is me nog nooit tegengevallen.’

In het begin deed Nefkens alles in stilte. Hij is bescheiden en wilde absoluut niet als weldoener te boek staan. ‘Ik vond gewoon dat je daar niet mee naar buiten treedt, dat dat ongepast is. Het gaat om de kunst, en niet om wie erachter staat. Toen bedacht ik dat particulieren een rol moeten spelen in de kunstwereld, een voorbeeld moeten zijn. Ik dus ook. Dat besloot ik in november 2005 en ik heb het gevoel dat ik sindsdien pas besta – wat nogal vreemd is, want de jaren daarvoor deed ik precies hetzelfde, alleen wist niemand het. Ik word nu veel vaker benaderd. Ik moet dan nog steeds een zekere gêne overwinnen, een soort calvinistische gêne.’

Het gaat Nefkens inmiddels ook om meer, hij wil niet alleen maar zijn liefde voor kunst delen met zoveel mogelijk mensen. De maatschappelijke kant speelt ook een rol. Vanwege zijn seropositiviteit heeft de aidsbestrijding zijn speciale belangstelling. Hij zoekt naar een vorm om die strijd en kunst bij elkaar te brengen. Zo loopt er nu in Thailand een project voor seropositieve kinderen en heeft Nefkens Thaise kunstenaars gevraagd om werken te maken over aids en over de stigmatisering die hiv meebrengt. De kunstenaar Jules Hondius is in Zuid-Afrika met werk over aids bezig, in opdracht van Nefkens. ‘Voor zulke projecten genereer je alleen maar aandacht als anderen weten wie je bent.’

Nefkens heeft zijn werkgebied steeds verder uitgebreid. Een tentoonstelling van hem, So Close/So Far Away, reist door Europa. ‘Dat is iets van mij persoonlijk. Die tentoonstelling gaat erover of we elkaar beter leren kennen door alle internationale invloeden. Eind mei opent een tentoonstelling in het Parijse Institut Néerlandais, Choix d’Artistes, waarvoor ik zeven Nederlandse kunstenaars heb gevraagd om zeven Franse kunstenaars uit te nodigen.’

Is zijn smaak erg veranderd de afgelopen jaren? ‘Nee, wel verdiept. Van alle kunstwerken die ik in de loop der jaren heb gekocht, een stuk of vierhonderd, zijn er hooguit twintig waarvan ik zeg: nou, dat had niet gehoeven. Ik weet wel altijd meteen of ik iets goed vind of niet.’

Voor veel kunstenaars en museumdirecteuren is iemand als Han Nefkens een lot uit de loterij. Dankzij hem kunnen ze kunst tonen die anders buiten hun bereik was gebleven. Dat geeft Nefkens macht. Maar het heeft hem bepaald niet arrogant gemaakt. Hij is uitermate vriendelijk, zij het licht afstandelijk, en zeer bescheiden. Hij vertelt dat zijn gefortuneerde positie zijn zorgen bepaald niet heeft weggenomen. Waar maakt hij zich dan zorgen over? ‘Nou, over alles. Kleine dingen. Draag ik wel de juiste kleren? Zeg ik wel de goede dingen? Heb ik het wel goed gedaan? Tegelijkertijd ben ik heel nieuwsgierig naar andere mensen en wil ik graag weten hoe ze leven. Ik beleef er veel plezier aan anderen te ontmoeten. Daarom vind ik die projecten ook zo leuk, je komt steeds weer nieuwe mensen tegen. Maar verder... ik zat een keer tijdens een diner naast de kunstenaar Bernard Frize, en dan denk ik: och, die arme man, die moest vast van zijn galeriehoudster naast mij zitten, omdat ik werk van hem heb gekocht. Is het wel gepast wat ik zeg? Dring ik mezelf niet op? Zitten die mensen wel op mij te wachten? Niet dat dat me trouwens ergens van weerhoudt, hoor.’

Hij heeft een diepe bewondering voor kunstenaars. ‘Meestal is dat leven niet makkelijk. Toch doen ze het, ze worden geen winkelbediende. Dat vind ik dapper.’

Ook voor Nefkens is geld geen bestaansvoorwaarde. ‘Wat ik ben, hangt daar niet mee samen. Geld is net zoiets als een robuuste gezondheid: het geeft je meer mogelijkheden. Maar ook als het met een van die twee niet meezit, kun je een zinvol leven leiden. Het kost alleen wat meer moeite.’

Dit interview staat in Elsevier Thema Luxe, een speciale uitgave van het weekblad Elsevier. U kunt Elsevier Thema Luxe bestellen via: http://www.elsevier.nl/magazine/bestellen10.asp





‘Ik wil het leven van mensen leuker maken’
 
 
ArtAids

De ArtAids stichting werd in 2006 opgericht op initiatief van Han Nefkens. ArtAids gaat de strijd aan tegen AIDS, met de kracht van kunst als belangrijkste wapen. ArtAids nodigt vooraanstaande kunstenaars uit om op AIDS en aanverwante problemen geïnspireerd werk voort te brengen. Deze kunstwerken worden ingezet om mensen bewust te maken en hun betrokkenheid aan te moedigen.

Fundació Han Nefkens

De Han Nefkens Stichting is een non-profit organisatie die in 2009 in Barcelona is opgericht met als doel eigentijdse kunstwerken voort te brengen. Haar belangrijkste missie bestaat uit het stimuleren van scheppend werk in Barcelona, door internationale kunstenaars de mogelijkheid te bieden om kunstwerken te creëren en deze in de stad te laten zien en het bevorderen van andere aspecten van de hedendaagse creatie.

H+F

In 2000 begon Han Nefkens met het verzamelen van kunst die hij onderbracht in de H+F Collectie, genoemd naar hemzelf en zijn levensgezel Felipe. Sindsdien is hij niet alleen actief als verzamelaar maar ook als initiator van internationale kunstprojecten, vaak in samenwerking met musea en andere kunstinstellingen.