In de media
Titel
Datum
Publicatie
Onderwerp
Genre
Han Nefkens – Kunst is een verrijking van het leven
30/10/2010
Trouw
mecenaat
interview
Henny de Lange

Kunst is hem met de paplepel ingegoten en geld speelt in zijn familie geen enkele rol. Toch is het niet vanzelfsprekend dat Han Nefkens een mecenas is geworden. Miljonairs die geld steken in de kunst, zijn in Nederland zeldzaam. Maar Nefkens spendeert het familiekapitaal er met liefde aan. “Het geeft voldoening als anderen kunnen genieten van kunst die jij waardeert.”

Han Nefkens zit in de lobby van een vijfsterrenhotel in het centrum van Amsterdam. Ontspannen, alsof hij in zijn eigen huiskamer is. Het personeel bejegent hem ook eerder als een geliefde huisgenoot dan als een hotelgast. Niet zo verwonderlijk want hij komt hier al twaalf jaar over de vloer. Bijna elke maand komt hij voor een paar dagen vanuit Barcelona, waar hij woont, over naar Nederland. Wel zo handig, vindt hij, om dan in een hotel te zitten. “In een appartement moet je toch weer naar de groenteboer. Hier staat alles voor me klaar, ze kennen me en de mensen zijn bijzonder aardig. Ik ervaar dit als mijn huis in Nederland.” Financieel kan hij het zich ook permitteren. Han Nefkens (1954, Rotterdam) is een vermogend man, dank zij het familiekapitaal dat werd opgebouwd door zijn nu 92-jarige vader. Nefkens senior deed als projectontwikkelaar en architect tijdens de wederopbouw van Rotterdam goede zaken. Met het geld dat hij niet nodig heeft voor zijn directe levensonderhoud, koopt Han Nefkens elk jaar voor tonnen hedendaagse kunst die hij in langdurig bruikleen geeft aan musea. Na zijn dood worden de werken eigendom van de musea. Ook ondersteunt hij kunstenaars door opdrachten te geven. Nefkens is dus een echte mecenas, al houdt hij zelf niet van dat stoffige woord. Jarenlang hield hij zijn mecenaat zelfs verborgen. Kunstactivist is een woord dat hem beter bevalt, omdat hij niet alleen maar geld uitdeelt, maar ook zelf projecten initieert en meedenkt met musea en kunstenaars. Met zijn eigentijdse cultuurmecenaat neemt Nefkens nu nog een redelijk unieke positie in in de Nederlandse kunstwereld, die voor een belangrijk deel drijft op overheidssubsidies. Maar gelet op de bezuinigingen die de cultuursector staan te wachten, zullen kunstinstellingen veel meer geld moeten halen uit particuliere bronnen, waaronder mecenaten.

Is het een goede ontwikkeling als de kunsten minder afhankelijk worden van de overheid?
“Ik juich het toe als meer particulieren de kunstsector steunen, omdat dat leidt tot meer betrokkenheid van de samenleving bij kunst. Maar het moet én-én zijn. Ook de overheid moet de kunst blijven steunen. Kunst wordt al gauw als franje gezien, als er bezuinigd moet worden. Maar daar is de sector zelf ook schuldig aan. Want waarom lukt het maar niet om anderen duidelijk te maken dat kunst van groot belang is voor de samenleving? Dat kunst nodig is om een beschaafd land te blijven?”
Zelf ging Han Nefkens als jongetje van acht al op woensdagmiddag graag naar museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, waar hij urenlang kon staren naar een schilderij van Kees van Dongen. Ook namen zijn ouders hem mee naar musea en veilinghuizen. Kunst is hem dus met de paplepel ingegoten.

Voor u is duidelijk dat kunst in positieve zin bijdraagt aan de samenleving. Maar leg dat maar eens uit aan mensen die weinig of niets hebben met kunst en al helemaal niet met onbegrijpelijke hedendaagse beeldende kunst en experimenteel toneel.
“Ik kan me juist heel goed in die mensen verplaatsen, omdat ik zelf ook jarenlang niets begreep van hedendaagse kunst. Tot twaalf jaar geleden vond ik dat een elitaire bezigheid van een kleine groep mensen die zichzelf in stand hield. Ik was daar heel sceptisch over, vergeleek het met de nieuwste kleren van de keizer.”

En nu bent u één van de grootste weldoeners van de hedendaagse kunst in Nederland. Hoe word je van een verstokte hater een liefhebber en zelfs sponsor?
“Uit nieuwsgierigheid. Ik had in 1999 in Parijs een intrigerende video van de kunstenares Pipilotti Rist gezien. Het werk heette ‘Remake of a Weekend’. Op keukenkastjes werd een naakte vrouw in de regen geprojecteerd, rozerode wolken dreven over lampenkappen. Daar wilde ik meer van weten. Ik ben op onderzoek uitgegaan en heel bewust gaan kijken. Wat zie ik nou? vroeg ik mezelf voortdurend af. Wat zou de kunstenaar ons hiermee willen zeggen? Ik ging er ook over praten met mensen en zo trainde ik langzamerhand al kijkend mijn eigen intuïtie en begon ik ook te zien wat het was, of het goed was, of niet. Allemaal op eigen kracht, want als onwetende bezoeker word je in veel galerieën en musea volstrekt aan je lot overgelaten. Er wordt nog veel te weinig aan educatie gedaan. Musea moeten veel meer aan uitleg gaan doen wat er te zien is en wat daar zo bijzonder aan is. Zolang ze dat niet doen, is het niet gek dat de buitenwereld zeker hedendaagse beeldende kunst als de nieuwste kleren van de keizer blijft zien.”

En wanneer besloot u om ook hedendaagse kunst te gaan kopen?
“Ik heb altijd al kunst gekocht om thuis op te hangen. Maar toen ik de hedendaagse kunst steeds interessanter begon te vinden, wilde ik dat graag delen met anderen en niet alleen voor mezelf houden. Door een ontmoeting met Sjarel Ex, toen nog directeur van het Centraal Museum in Utrecht, kwam ik op de gedachte om kunst te gaan kopen die zijn museum zelf niet kon betalen. We hebben dat idee samen uitgewerkt. De kunstwerken blijven mijn eigendom zolang ik leef en het museum verplicht zich om ze eens in de vijf jaar tentoon te stellen. Want ik koop geen kunst voor de kelder. Ik bepaal zelf wat ik koop. Als Sjarel het niet wil, gaat het naar een ander museum. We zijn toen samen naar de kunstbeurs in Bazel gegaan, waar bleek dat we vaak dezelfde dingen interessant vinden. Ik heb daar werk gekocht van Pipilotti Rist, Tony Oursler en Bill Viola. Toen Sjarel directeur werd van museum Boijmans heb ik daar het H + F Mecenaat opgezet, omdat hij in staat is van musea open en bruisende instellingen te maken, waar mensen graag komen.”

Waar staan de letters H + F voor?
“Han en Felipe. Felipe is al 32 jaar mijn levensgezel. Hij is Mexicaan. Ik heb hem ontmoet nadat ik op mijn 24ste naar Mexico was getrokken, waar ik jarenlang als journalist heb gewerkt. Het was liefde op het eerste gezicht.”

Waarom alleen de beginletters? Om anoniem te blijven?
"Ja, want ik vond het not done om te koop te lopen als weldoener. De eerste vijf jaar ben ik achter de schermen gebleven."

Waarom dan toch uw coming out als mecenas, in 2005?
“De aanleiding was een grote schenking aan Boijmans, een installatie van de kunstenaar Olafur Eliasson. Ik heb toen afgesproken dat ik Boijmans voor vijf jaar wilde steunen met 200.000 euro per jaar voor de aankoop van hedendaagse kunst. (Voor Boijmans was dat ruim een verdubbeling van het aankoopbudget, red.) Dat was voor mij ook het moment om niet langer anoniem te blijven, omdat ik me realiseerde dat ik een voorbeeldfunctie kan hebben. Je ziet nu vaak dat mensen na hun dood hun kunstverzameling nalaten aan een museum. Ik wil laten zien dat het veel meer voldoening geeft als je al tijdens je leven kunst schenkt aan musea.”

Waar zit de voldoening in?
“In het delen met anderen. Ik vergelijk het altijd met een mooi boek dat je hebt gelezen. Dat wil je dan graag doorgeven aan een ander. Het geeft zoveel voldoening als ook anderen kunnen genieten van kunst die jij waardeert. “Bovendien help je de musea ermee, die hun aankoopbudgetten steeds krapper zien worden. Ook geef ik kunstenaars opdrachten om een specifiek werk te maken voor een museum. Als het klaar is, geef ik het in langdurig bruikleen aan het museum.”

Het is natuurlijk wel gemakkelijker weggeven als je rijk bent.
“Ik heb financiële middelen, maar ik heb ook gewoon een begroting, hoor. Er zitten wel grenzen aan, op is op. Maar ik ben enorm bevoorrecht, al zitten er ook nadelen aan rijkdom.”

Zoals...
“Als je veel geld hebt, heb je ook heel veel dingen waar je uit kunt kiezen om je geld aan uit te geven. Het moeten maken van keuzes ervaar ik soms als een nadeel. Als je de een steunt, kun je een ander niet helpen. Ook een keerzijde van rijkdom is het gebedel. Mensen kunnen heel schaamteloos zijn.”

U wilt anderen inspireren om ook de kunst te sponsoren. Maar de meeste mensen hebben daar toch geen geld voor?
“Het is een misverstand dat mecenaten alleen zijn weggelegd voor rijken. Ook mensen die veel minder te besteden hebben, kunnen iets doen. Als jij met twintig vrienden allemaal 2000 euro per jaar opzij zet, heb je al 40.000 euro. Voor dat geld kun je een kunstwerk kopen en dat in bruikleen geven of schenken aan een museum. Je kunt het ook laten rouleren langs de twintig deelnemers. Voor dat bedrag zou je ook een kunstenaar uit het buitenland hier een tijdje kunnen laten werken. Of je laat een mooie catalogus maken, daar is ook nooit geld voor. Er is zoveel mogelijk, maar mensen zijn zich daar onvoldoende van bewust.”

Ook onder de miljonairs in Nederland zijn er buiten theaterproducent Joop van den Ende en Pieter Geelen, oprichter van TomTom, maar weinigen die hun geld in kunst steken.
“Het heeft ermee te maken dat in deze samenleving alles in geld wordt uitgedrukt. En ook de onbekendheid speelt een rol. Zelf investeerde ik aanvankelijk ook zoals alle brave mensen in obligaties en staatsaandelen, zonder te beseffen dat je er ook iets anders mee kunt doen, wat veel meer voldoening geeft en ook nog goed is voor de wereld.”

Draagt kunst dan bij aan een betere wereld?
“Beslist. Het belang van kunst is dat ze ons een spiegel voorhoudt. Die reflectie op onszelf is nodig om een beschaafd land te blijven. Kunst maakt dat we met een andere blik leren kijken naar onszelf en de wereld. Een mooi voorbeeld vind ik de installatie van Olafur Eliasson, die alleen maar bestaat uit water, licht en hout. De bezoeker loopt over een vlonder, waardoor het water op de vloer van de museumzaal gaat rimpelen en er fantastische lichteffecten ontstaan. Als je buiten komt, kijk je ineens met andere ogen naar de fontein in de tuin van Boijmans.”

Behalve installaties omvat uw collectie ook foto’s, schilderijen en condoomjurken. Wat is de rode draad in uw aankopen?
“Ik houd het meest van verstilde kunst. Kunst met een ingetogen kracht. En het mag nooit af zijn, het moet iets open laten dat je aan het denken zet en zelf kunt invullen.” De collectie van Nefkens omvat nu 440 werken die allemaal in musea zijn ondergebracht. In Nederland zijn dat Boijmans, Centraal Museum Utrecht, De Pont in Tilburg en Huis Marseille in Amsterdam. Ook steunt hij musea in Frankrijk, Duitsland en Spanje. Met Boijmans heeft Nefkens een structurele samenwerking. De komende vijf jaar krijgt dit museum in totaal 750.000 euro voor de aankoop van mode op het grensvlak van beeldende kunst.

Waarom mode?
“Ik interesseer me voor mode, waarbij het me vooral gaat om ontwerpers die kleding willen ontwerpen die ze anders nooit zouden kunnen maken, omdat er geen markt voor is. Mijn eerste aankoop bestond uit zeven condoomjurken tijdens een aidsconferentie in Bangkok.”

Kunt u iets vertellen over uw bemoeienis met aidsprojecten?
“Ik ben naast mijn kunstmecenaat actief in Thailand en Spanje via de door mij opgerichte stichting ArtAids. Daarmee sponsor ik kunstenaars die werk willen maken over het thema aids en stigma. Kunst kan als vehikel dienen om de boel open te gooien. Vooral in landen als Thailand is dat hard nodig. Scholieren komen daar naar de tentoonstellingen kijken, waardoor ze wel moeten praten over dit onderwerp. In het Westen bestaat het idee dat het hiv-virus met medicijnen goed onder controle is te houden, maar die zijn wel peperduur. In Thailand voorziet ArtAids kinderen en hun families van medicijnen die ze anders niet zouden krijgen. En we steunen wetenschappelijk onderzoek in Spanje.”

U spreekt als een ervaringsdeskundige.
“Dat ben ik ook, want ik ben seropositief en slik trouw elke dag op vaste tijden negen medicijnen, die me heel goed helpen, al hebben ze ook nare bijwerkingen. Maar het gaat al jaren erg goed met mijn gezondheid.”

Sinds wanneer weet u dat u seropositief bent?
“In 1987 kreeg ik het te horen en ik was stom verbaasd. Ik woonde toen nog in Mexico en was naar de dokter gegaan, omdat ik al een tijdje last had van mijn luchtwegen. Ik had regelmatig bronchitis en ik weet dat aan de luchtvervuiling. De dokter vond dat ik me moest laten testen op hiv, omdat ik een homo ben. Ik was boos dat hij die link legde. Maar die dokter had gelijk.”

Drie jaar later bleek ook uw jongere broer seropositief.
“Ja, en ook homo, wat ik niet wist. Ik was er al op jonge leeftijd voor uitgekomen dat ik op mannen val. Het was thuis ook geen taboe, maar mijn broer heeft het nooit verteld tot bij een longontsteking werd ontdekt dat hij met het hiv-virus was besmet. Vijftien maanden later is hij overleden, omdat zijn afweer al heel laag was toen de ziekte werd ontdekt. Hij was ook minder trouw met het slikken van medicijnen dan ik. Hoewel ik al een paar jaar wist dat ik seropositief was, betekende de dood van mijn broer een omslag in mijn denken. Ineens werd het heel concreet dat ik ook dood zou kunnen gaan. Ik dacht: en nu ga ik alles doen wat ik nog wil doen, zoals reizen en leuke dingen ondernemen met mijn vrienden. En ik ging ook eindelijk een boek schrijven, wat ik steeds voor me uit had geschoven.”

Dat boek werd een min of meer autobiografische roman over twee broers die allebei seropositief zijn en homo. In ‘Bloedverwanten’ beschrijft Nefkens de verschillen tussen de broers, waarbij hij fantasie met feiten heeft gemengd. Ook zijn tweede en derde boek waren gebaseerd op zijn eigen leven. In zijn laatste boek ‘De Gevlogen Vogel’ beschrijft hij de hersenontsteking die hij in 2001 opliep, een bijwerking van het hiv-virus. Drie maanden lag hij in het AMC in Amsterdam. Hij kon en wist niets meer. Er waren dagen dat hij zijn eigen naam niet meer kon zeggen. Na twee jaar revalideren was hij pas weer de oude. Inmiddels waren er ook nieuwe medicijnen gekomen, waar hij veel baat bij had.

Heeft uw ziekte ook bijgedragen tot het besluit om uw geld in kunst te steken?
“Ik ben me heel erg bewust van de tijdelijkheid van het leven. Daarom wil ik nu alles delen wat mijn leven verrijkt.”

En naar welk schilderij van Kees van Dongen ging u als jongetje op woensdagmiddag nou altijd kijken in Boijmans?
“Heel toevallig is dat schilderij nu overal op affiches te zien, als beeldmerk van de expositie van Kees van Dongen in Boijmans. Het gaat om ‘Vinger op de wang’. Als kind raakte ik er niet op uitgekeken. Het schilderij intrigeerde me mateloos, vanwege de prachtige kleuren en de grote ogen van die vrouw. Ik vroeg me af of ze een danseres was, of ze een man had, of ze misschien uit Spanje kwam, hele verhalen verzon ik om haar heen. Van mijn zakgeld kocht ik op een gegeven moment een ansichtkaart en die heb ik boven mijn bed geprikt.”

En nu dit schilderij als beeldmerk van de expositie. Ook als een geste naar de mecenas van Boijmans?
“Maar ik wist hier helemaal niets van, hoor. Ik heb ook nooit met Sjarel Ex over dit schilderij gesproken. Alhoewel, nu ik erover nadenk, realiseer ik me dat ik wel eens over mijn jeugdherinneringen aan dit werk heb geschreven.”


Han Nefkens – Kunst is een verrijking van het leven
 
 
ArtAids

De ArtAids stichting werd in 2006 opgericht op initiatief van Han Nefkens. ArtAids gaat de strijd aan tegen AIDS, met de kracht van kunst als belangrijkste wapen. ArtAids nodigt vooraanstaande kunstenaars uit om op AIDS en aanverwante problemen geïnspireerd werk voort te brengen. Deze kunstwerken worden ingezet om mensen bewust te maken en hun betrokkenheid aan te moedigen.

Fundació Han Nefkens

De Han Nefkens Stichting is een non-profit organisatie die in 2009 in Barcelona is opgericht met als doel eigentijdse kunstwerken voort te brengen. Haar belangrijkste missie bestaat uit het stimuleren van scheppend werk in Barcelona, door internationale kunstenaars de mogelijkheid te bieden om kunstwerken te creëren en deze in de stad te laten zien en het bevorderen van andere aspecten van de hedendaagse creatie.

H+F

In 2000 begon Han Nefkens met het verzamelen van kunst die hij onderbracht in de H+F Collectie, genoemd naar hemzelf en zijn levensgezel Felipe. Sindsdien is hij niet alleen actief als verzamelaar maar ook als initiator van internationale kunstprojecten, vaak in samenwerking met musea en andere kunstinstellingen.