In de media
Titel
Datum
Publicatie
Onderwerp
Genre
‘Ik heb geen zin in smalltalken’ – Interview met Han Nefkens, zelfbenoemd modeactivist
13/5/2015
Elsevier Stijl
mode/mecenaat
interview

tekst: Georgette Koning

Hij is kunstverzamelaar, opdrachtgever, schrijver, mecenas en modeactivist. Dat laatste woord is een eigen bedenksel, en houdt actie in. ‘Het geven van opdrachten aan modeontwerpers en kunstenaars zie ik als een vorm van activisme,’ legt Han Nefkens (60) uit in de lobby van het Conservatorium Hotel. Nefkens woont in Barcelona – het luxehotel in het Museumkwartier is zijn vaste stek als hij in Amsterdam is. Han Nefkens is de oudste van zeven kinderen. Hij komt uit een vermogend Rotterdams ondernemersgeslacht. Zijn moeder overleed toen Nefkens nog jong was, zijn 96-jarige vader is nog steeds actief als architect. Nefkens is vanaf zijn geboorte gehandicapt: zijn linkerhand is misvormd en de rechter ontbreekt. Zijn ouders zijn altijd ontspannen met de handicap omgegaan. ‘Zo is Han’, zei zijn moeder als hij weer eens moeilijk met een glas liep, en iemand riep: ‘Pas op, het valt!’ Dan valt het maar, vond zijn moeder. Nefkens: ‘Dat was de juiste instelling.’

Op zijn negentiende, na het afronden van de middelbare school, vertrekt hij uit Nederland ‘om te zien wat er allemaal gebeurt in de wereld’. Nefkens woont een poosje in Frankrijk en de Verenigde Staten, waar hij communicatiewetenschappen studeert en een mediaopleiding volgt. Hij woont vervolgens elf jaar in Mexico en ontmoet daar Felipe, nu restaurateur van antieke meubels. In Mexico geeft Nefkens Engelse les (‘dat doen alle buitenlanders daar’) en werkt als verslaggever voor de NOS-radio in Mexico-Stad. Hij geeft toe dat hij door zijn tot dan toe grillige levenswandel moet hebben geleken op iemand die niet weet wat hij wil. ‘Terwijl het heel aantrekkelijk is om verschillende levens in je leven te hebben. Je moet jezelf de vrijheid geven om dat te doen.’

Nefkens’ drijfveer wordt duidelijk als hij vertelt over hoe 28 jaar geleden zijn leven opeens onzeker wordt als blijkt dat hij hiv-geïnfecteerd is. Het is een schok. De prognose: nog één of twee jaar te leven. Als hij geluk heeft drie. En hij heeft geluk. Heel veel geluk. In eerste instantie omdat hij zich laat testen voordat hij lichamelijk ziek wordt, en hij er dus vroeg bij is. En omdat de medicijnen die hij nodig heeft er dan zijn, en er nog steeds nieuwe blijven komen. ‘Dat ik er nog ben, is zo speciaal voor mij, zo onverwacht. Het geeft me een enorm gevoel van blijheid en enthousiasme. Ook daarom wil ik natuurlijk zoveel mogelijk doen.’

Dat er voor Nefkens een rol zou zijn weggelegd in de kunstwereld, laat staan de modewereld, had hij nooit gedacht. Cruciaal is een toevallig bezoek in 1999 aan Parijs, waar zijn oog valt op een affiche: Remake of the Weekend, met de naam Pipilotti Rist. Wat een gekke naam, wat een leuke titel, denkt Nefkens. In het Museum voor Moderne Kunst aan de Avenue du Président Wilson wordt hij opgeslokt door Rists video-installatie. Hij loopt er uren in rond, ruikt het gras, voelt het water op zijn huid. Na deze intense ervaring wil Nefkens iets doen in de kunstwereld. Kunst opslaan of thuis aan de muur hangen? Saai. Vooral omdat anderen er dan niet van kunnen genieten. ‘Iets waar ik zo enthousiast over ben, wil ik delen.’ Het komt tot een samenwerking met Sjarel Ex, toen nog directeur van het Centraal Museum in Utrecht. Nefkens’ kennismaking met mode volgt vijf jaar later.

Weer speelt het toeval een rol als hij in 2004 in Thailand een internationale aidsconferentie bezoekt, en daar jurken ziet die Adriana Bertini heeft gemaakt van condooms. Hij laat ze naar het Centraal Museum in Utrecht sturen, waar ze worden geëxposeerd als kunstobjecten, goed uitgelicht, op een draaiende sokkel. In Utrecht ziet Nefkens opeens dat mode meer kan zijn dan mooie kleren. Met Sjarel Ex heeft hij dan al de afspraak dat het werk dat hij koopt in langdurig bruikleen komt van het Centraal Museum onder de naam H+F Collection. De H staat voor Han, de F voor Felipe, Nefkens’ partner. De eerste aankoop uit 1999 is van Pipilotti Rist. Tot nu toe telt Nefkens’ collectie tussen de vierhonderd en vijfhonderd stuks, waarvan 10 tot 15 procent modeontwerpen. Als Ex in 2004 overstapt naar Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, gaat Nefkens met hem mee. Intussen profiteren ook andere Nederlandse en buitenlandse musea van zijn bruiklenen. Er zijn H+F Barcelona en H+F Curatorial Grant, met beurzen voor tentoonstellingmakers. Voor mensen die hem als weldoener benaderen met de vraag of hij geld wil steken in een ‘leuk projectje’, is het antwoord altijd afwijzend. Nefkens financiert alleen projecten die hij zelf initieert. Lachend: ‘Dat leer je snel!’

Iemand van wie Nefkens adviezen blindelings zal opvolgen in het geval van modeaankopen, is José Teunissen, lector mode aan hogeschool ArtEZ. Zij laat hem kennismaken met het werk van onder anderen de experimentele ontwerpers Hussein Chalayan, Walter Van Beirendonck en Iris van Herpen. Een van de gezamenlijke initiatieven van Nefkens en Teunissen, in samenwerking met Boijmans, is Han Nefkens Fashion on the Edge, een doorlopend project waarvan de focus ligt op mode en kunst. Recent mede mogelijk gemaakt door Nefkens is The Future of Fashion is Now, een expositie in Boijmans waar tot januari 2015 de mode van de toekomst werd getoond, met onder meer kleren waarmee een smartphone kan worden opgeladen en biolace, kant van wortels van aardbeienplanten. In totaal waren er video’s, installaties en kostuums van zo’n vijftig vormgevers die Nefkens opdrachten gaf of wier werk hij aankocht. Onder hen Viktor & Rolf, Christophe Coppens en Iris van Herpen.

Nefkens praat bedachtzaam en oogt kwiek op zijn rode sneakers van Alexander McQueen, ontworpen voor Puma, en draagt een mooi petrol-blauw jasje met strakke schouders en doorgepitte revers. Gucci. Gevoelig voor mode is hij altijd geweest. Als kind kon hij genieten van de kleren van zijn moeder. Hij trekt duidelijk niet zomaar iets aan. Over zijn gloednieuwe Gucci: ‘Weet je,’ Nefkens dempt zijn stem, alsof de luid sprekende Russen aan het belendende tafeltje het zouden kunnen verstaan, ‘als je iets nieuws draagt, vóel je je op de een of andere manier ook meer bijzonder. Ik had vandaag een ander leuk jasje kunnen aantrekken dat ik al drie jaar heb, maar toch voelt dat anders. Iets nieuws geeft mij een feestelijk gevoel. Ik voel me beter en heb het idee dat ik dat uitstraal.’ Het is niet verbazingwekkend dat zijn inloopkast thuis in Barcelona aardig vol zit. Maar gaat er iets nieuws in, dan gaat er iets anders uit. ‘Ik vind het belachelijk om kleren te hebben die ik één keer per jaar draag.’ Zijn ‘afdankertjes’ gaan naar vrienden. De tien paar sneakers die hij heeft, draagt hij af. Wat winkelen betreft, zou hij het liefst een paar keer per jaar naar dezelfde winkel gaan en alles in één keer kopen – wel zo praktisch. Maar zo’n winkel heeft de bereisde Nefkens nog nergens ontdekt. Of het zou Santa Eulalia in Barcelona moeten zijn, een luxe modezaak die verschillende merken verkoopt, en waar hij vaak wel slaagt.

In de wereld van de conceptuele high fashion is het José Teunissen die hem meeneemt, en hem voorstelde aan onder anderen Viktor & Rolf. Wat Nefkens aanspreekt in het werk van Viktor Horsting en Rolf Snoeren is de esthetiek, het ambachtswerk, hun commentaar op de modewereld en de ontwikkeling die ze doormaken. Hun ontwerpen worden steeds persoonlijker. Nefkens doelt op de show waarmee het duo in 2013 zijn comeback maakt in de couturewereld, na een afwezigheid van twaalf jaar. Die show stond in het teken van een modemeditatie, met Viktor & Rolf mediterend in een decor van een strak vormgegeven zentuin en make-uploze modellen op sandalen in wijde zwarte jurken. Of Nefkens, die tien van de twintig stukken uit de collectie kocht, een rol heeft gespeeld bij hun couture-comeback? ‘Nee, die eer is te groot. Ze wilden hun twintigjarig bestaan op bijzondere wijze vieren. Maar ze wisten wel dat ik ze zou ondersteunen, en dat de helft van de collectie al was verkocht.’ Nefkens beschouwt Viktor & Rolf als Nederlands erfgoed en wil graag dat ze in Nederlandse musea te zien zijn. Uit Viktor & Rolfs laatste Red Carpet-collectie kocht hij, met het oog op de expositie The Future of Fashion is Now, twee rode jurken gemaakt van vloerkleden.

Over de vraag of de Nederlandse musea goed bezig zijn met mode, velt Nefkens geen oordeel. ‘Ik ben alleen bezig met Boijmans en ik vind dat ze daar heel goed bezig zijn. Wat andere musea doen, weet ik niet zo goed.’ Is Nederland rijp is voor een modemuseum zodat mode, zoals Teunissen het voorstelt, permanent zichtbaar is? Nefkens zegt dat hij het met Teunissen nooit heeft gehad over het financieren van een modemuseum. Aarzelend: ‘Ik vind het moeilijk. Het Fashion on the Edge-project, dat is verbonden aan Boijmans, zou ik niet in de steek laten voor iets anders.’

Er is ook een Han Nefkens Fashion Award, waarmee 25.000 euro is gemoeid. Die prijs is bedoeld voor modeontwerpers die een zekere staat van dienst hebben, maar nog niet zijn doorgebroken. De winnaar krijgt de opdracht om iets te produceren waardoor fantasie werkelijkheid wordt. De prijs is prestigieus, een duwtje in de rug voor een creatieve ontwerper – en trekt tegelijkertijd aandacht voor het museum. ‘Oh, wat leuk’, zegt Nefkens als hij – gek genoeg – voor het eerst hoort over het Modestipendium, een prijs van 50.000 euro aan een veelbelovende Nederlandse modeontwerper of -merk die sinds 2000 wordt uitgereikt door een andere, onbekende mecenas. ‘Nee dat ben ik dus niet, maar het is fijn dat mensen dat doen. Het is nodig.’ Het bedrag dat Nefkens spendeert aan een werk, hangt af van de status van de ontwerper. IJkpunt is de prijs die wordt betaald voor haute couture.

Wat Nefkens veel voldoening schenkt bij opdrachten aan kunstenaars of modeontwerpers, is het volgen van het creatieve proces. ‘Samenkomen in het atelier van bijvoorbeeld Viktor & Rolf, de tekeningen zien, de stoffen. Het is net een laboratorium. Ik hoor hun gedachten, bijvoorbeeld over de muziek voor de show. Om daarbij betrokken te zijn… en dan zijn dat ook nog eens twee hele aardige mannen.’ Speelt Nefkens’ persoonlijke relatie met een ontwerper een rol in zijn aankoopbeleid? ‘Het is altijd zo dat als je samenwerkt met iemand met wie je een prettige relatie hebt, de intentie er is om verder te gaan. Het is anders als dingen gecompliceerd lopen en afspraken niet worden nagekomen.’ En als het werk desondanks fantastisch is? ‘Nou, laat ik het zo zeggen, ik heb nooit met zo’n dilemma te maken gehad.’ Hij praat graag door over hoe hij ervan geniet om mensen met elkaar in contact te brengen. Hoe leuk het was dat tijdens The Future of Fashion is Now ontwerpers die de ander misschien kennen van naam, elkaar tijdens de opening voor het eerst ontmoetten. ‘Het creëert een nieuw onderdeel van mijn leven, dat is wat voor mij aantrekkelijk is.’

Eind 2001 wordt de inmiddels in Barcelona wonende Nefkens ernstig ziek. Het hiv-virus blijkt een levensgevaarlijke ontsteking in zijn hersenen te hebben veroorzaakt. Nefkens overleeft, maar moet opnieuw leren eten, lopen, spreken, lezen en schrijven. Hoe dat was, beschrijft hij in zijn boek De gevlogen vogel (2008). Dankzij geld dat hij jaarlijks ontvangt uit het familiekapitaal, had hij zich al eerder op het schrijven gericht. Dat, en van het leven genieten, is wat hij doet tot die ene overweldigende aanraking in 1999 door het kunstwerk van Pipilotti Rist. Dat is het moment waarop Nefkens besluit mecenas te worden. Hoe hij zichzelf ziet als mecenas? Nefkens zou het niet weten. Logisch, hij hoeft vrijwel nooit uit te leggen wat hij doet. Voor ontmoetingen neemt hij meestal zelf het initiatief. Zomaar voor de lol een cocktailparty of opening bezoeken, dat doet hij zelden. ‘Ik heb geen zin om me in te spannen om te smalltalken. Wat heb ik daaraan?’ Netwerken vindt hij niet leuk. ‘Een netwerk ontstaat, en is werk.’ Veel leuker vindt hij het om iemand te ontmoeten en een leuk gesprek met die persoon te hebben, zonder dat er meteen een dienst tegenover moet staan. Nefkens mist de journalistiek. Jarenlang voelde hij zich daarover schuldig, maar omdat hij het steeds drukker kreeg met andere werkzaamheden kon het niet anders. ‘Ik wilde beide doen, heb ik ook gedaan, maar het lukte niet goed. Er kwam te veel druk.’ Schrijven doet hij wel geregeld, over kunstenaars in onder meer catalogi. Hoewel Nefkens’ werk grotendeels een zakelijke aangelegenheid is, zal hij zichzelf nooit zakenman noemen, alleen al omdat hij niet houdt van etiketten. Hij is natuurlijk wel zakelijk. Afspraken staan vanaf het begin zwart op wit, zodat er geen misverstanden ontstaan over bijvoorbeeld de begroting waarvan niet kan worden afgeweken. ‘Daarover gaan de eerste gesprekken, en daarna altijd uit eten.’ De kunst, de mode, het aanzien? Het komt voor Nefkens eigenlijk allemaal neer op één ding: een leuke tijd hebben.

Han Nefkens

1954 – Geboren in Rotterdam

1974 – Studeert communicatiewetenschappen in Frankrijk en de Verenigde Staten

1978 – Radiojournalist in Mexico

1987 – Er wordt hiv bij hem geconstateerd

1992 – Verhuist naar Barcelona

1995 – Schrijft roman Bloedverwanten

1999 – Begint met verzamelen, richt H+F op

2005 – Schrijft roman Twee lege stoelen

2008 – Eerste Han Nefkens Fashion Award

2009 – Expositie The Art of Fashion in Museum Boijmans Van Beuningen met steun van H+F

2014 – Neemt initiatief voor The Future of Fashion is Now
‘Ik heb geen zin in smalltalken’ – Interview met Han Nefkens, zelfbenoemd modeactivist
 
 
ArtAids

De ArtAids stichting werd in 2006 opgericht op initiatief van Han Nefkens. ArtAids gaat de strijd aan tegen AIDS, met de kracht van kunst als belangrijkste wapen. ArtAids nodigt vooraanstaande kunstenaars uit om op AIDS en aanverwante problemen geïnspireerd werk voort te brengen. Deze kunstwerken worden ingezet om mensen bewust te maken en hun betrokkenheid aan te moedigen.

Fundació Han Nefkens

De Han Nefkens Stichting is een non-profit organisatie die in 2009 in Barcelona is opgericht met als doel eigentijdse kunstwerken voort te brengen. Haar belangrijkste missie bestaat uit het stimuleren van scheppend werk in Barcelona, door internationale kunstenaars de mogelijkheid te bieden om kunstwerken te creëren en deze in de stad te laten zien en het bevorderen van andere aspecten van de hedendaagse creatie.

H+F

In 2000 begon Han Nefkens met het verzamelen van kunst die hij onderbracht in de H+F Collectie, genoemd naar hemzelf en zijn levensgezel Felipe. Sindsdien is hij niet alleen actief als verzamelaar maar ook als initiator van internationale kunstprojecten, vaak in samenwerking met musea en andere kunstinstellingen.